PREY

PREY
A Two Dogs Company

Agenda

26.03.23
25.03.23
  • Kris Verdonck / A Two Dogs Company
    in coproductie met Muziektheater Transparant
    en ism. Annelies Van Parys en ICTUS Ensemble

     “We are food” (Val Plumwood)

    Een nieuwe nederigheid

    PREY is een nieuwe muziektheaterproductie van Kris Verdonk / A Two Dogs Company, in co-productie met Muziektheater Transparant en in samenwerking met ICTUS.

    Hoe kunnen we de mens vanuit een radicaal ecologisch perspectief anders bekijken? Welke verhalen helpen ons de ontregelingen als gevolg van de klimaatcrisis beter begrijpen? Het zijn deze vragen die aan de basis liggen van PREY. Misschien vormen onze eigen sterfelijkheid en kwetsbaarheid wel een goed vertrekpunt voor de zoektocht naar een antwoord. Misschien moeten we opnieuw leren sterven om onze plek te vinden in het geheel.

    PREY zal bestaan uit drie solo’s door drie generaties vrouwen. Elk hebben ze een eigen focus: tekst/taal, zang/muziek en dans/performance. Met elke solo wordt de spanning tussen mens en landschap, performer en scenografie, intenser en intiemer. De essentie van PREY is troost vinden in het schrikwekkende feit dat ook wij voedsel zijn, dat ook wij behoren tot een ecologische cyclus van leven en dood.

    Kris Verdonck verzamelde voor deze voorstelling een bijzondere groep mensen rond zich: componiste Annelies Van Parys, het ICTUS Ensemble, actrice Katelijne Damen, zangeres Anna Clare Hauf en danseres Mooni Van Tichel. Verdonck staat in voor de scenografie, een multimediaal landschap waarin de performers steeds meer verdwijnen en opgeslokt worden.

    De première is voorzien in maart 2023 in het Kaaitheater in het kader van het Klarafestival in Brussel.

    Lichaam en geest

    Het blijft verbazen hoe we er in het Westen maar niet in slagen om onze ecologische vernielzucht een halt toe te roepen. Ook al weten we wat er verloren gaat en wat we eraan moeten doen, toch blijft het veelal business as usual. Dit irrationeel gedrag moet haast een diep culturele oorzaak hebben.

    De vervreemding van de mens van zijn omgeving loopt parallel aan de vervreemding van de mens ten opzichte van diens eigen lichaam. We weten al niet hoe het met ons gaat – daarvoor gebruiken we apps en trackers – laat staan met onze planeet. De wortels van onze ecologische onaangepastheid liggen dus in de aloude scheiding tussen lichaam en geest. Ons lichaam, ons vlees en bloed, is het meest natuurlijke wat we hebben en kan dus een brug zijn naar de wijdere wereld. De splitsing tussen subject en object zit hem dus niet enkel tussen mens en ding, dier of natuur, maar vooral ook in onszelf: tussen geest en lichaam. 

    Datzelfde lichaam wordt ouder, verzwakt, wordt ziek en sterft. Dat is wellicht ook één van de redenen waarom we het vaak liever links laten liggen: het confronteert ons met onze eindigheid en de dood. Wanneer we begraven worden is het aan de wormen, en wordt ons vlees hun voedsel. Ook bij leven is ons bloed eten voor muggen en teken en vinden er bacteriële feestmalen plaats op en in ons lijf. Het feit dat we zullen sterven, plaatst ons net in een ecologische systeem. Geen leven zonder dood. De vraag is dan, in een cultuur die zowel het lichaam als de dood zodanig verdrukt heeft, hoe intens de ontmoeting met de eigen sterfelijkheid moet zijn om dat te laten doordringen. Moeten we het aan den lijve ondervinden of is er ook een andere optie, via verhalen en performance?

    Val Plumwood

    Het startpunt van deze voorstelling was het leven en werk van de Australische ecofeministe Val Plumwood (1938-2008). In 1985 werd Plumwood tijdens een kanotocht in het Kakadu National Park, in het Noorden van Australië, aangevallen door een krokodil. Hij beet en sleurde haar mee onder water, drie keer. Plumwood overleefde deze dodelijke aanval en deze gebeurtenis zou haar kijk op het leven, de dood en de mens fundamenteel veranderen. Ze was reeds een sleutelfiguur in de ontwikkeling van een radicale eco-filosofie sinds de jaren 1970 en met de aanval van de krokodil kwamen de kwetsbaarheid van de mens en een streven naar nederigheid en verbondenheid centraal te staan. Plumwood was een ‘ecodenkster’ avant la lettre, een belangrijke en toch vaak ongekende referentie voor hedendaagse schrijvers als Donna Haraway.

    PREY vertrekt van dit onvoorstelbare krokodillenverhaal en bouwt voort op twee kerngedachten uit Plumwoods oeuvre. Ten eerste is er het statement: We are food. Haar ‘ontmoeting’ met de krokodil was een duidelijke herinnering aan het feit dat mens een soort is die ook deel uitmaakt van de voedselketen. Sterker nog, het is de dynamiek van eten gegeten worden die ons westerlingen weer in verbinding met onze omgeving kan brengen. Ecologie is voor haar één groot eetfestijn, leven betekent prooi zijn: een krachtig tegengif voor fantasieën over onsterfelijkheid en exclusiviteit.

    Voor Plumwood was het idee van een onsterfelijke mens die het vrij staat te doden en zijn omgeving te ontginnen een gevolg van een westers, rationeel, mannelijk wereldbeeld. Daarin worden lichaam en geest, natuur en cultuur van elkaar gescheiden. Haar feminisme bestond voornamelijk uit een zoektocht naar andere verhalen om een verbinding te leggen tussen mensen en hun omgeving, en een pleidooi voor een belichaamde ervaring. Prooi zijn, betekent immers ook ‘lijf’, ‘vlees’ zijn. Dat is de tweede gedachte waar PREY zich door laat inspireren: het bankroet van het klassieke westerse narratief als betekenisvolle manier om zich tot de wereld te verhouden. Plumwood vond alternatieven in de verhalen van de Aboriginal bevolking, maar tegelijk ontkende ze niet dat ze als witte intellectuele altijd slechts een bezoeker in hun wereld was.

    In PREY zien we een frictie tussen figuren die niet anders kunnen dan zichzelf als het centrum te beschouwen, en een omgeving die hen uit dat centrum verdrijft. Het is dé paradox van het geologische tijdperk van het Antropoceen en misschien haalt de voorstelling hier wel zijn tragiek. De figuren op scène zijn net als Plumwood tijdens de strijd op leven en dood met de krokodil als een soort ‘Alice in wonderland’ down the rabbithole gegaan zijn en hebben daar een glimp opvingen van een andere visie. Sindsdien blijven zoeken naar andere wegen om toegang te krijgen tot dat andere universum, naar manieren om prooi en zo verbonden te zijn met hun omgeving. PREY is een poging om vorm te geven aan een traumatische gebeurtenis waarin troost en horror samenkomen. 

    Noh-Theater

    In navolging van Plumwoods pleidooi voor een alternatief voor klassieke narratief, put PREY uit het Japanse traditionele Noh-theater. In Noh is het hoofdpersonage meestal het spook van iemand – of iets – die een traumatische dood stierf. Deze spookverhalen zijn telkens verweven met de landschappen waarin ze zich afspelen. Het is alsof de landschappen deze verhalen ‘bevatten’, oproepen.

    Een Noh-stuk heeft meestal drie delen. Het verhaal verloopt niet lineair maar wordt drie keer herhaald. Eerst wordt het met meer afstand verteld, daarna wordt het opnieuw verteld vanuit het perspectief van  een getuige en ten slotte wordt het weer gebracht, maar dan als in een droom. Elke herhaling is intiemer, intenser en de structuur leidt tot een surreële finale, als in een hallucinatie: een mogelijke toegang tot een andere werkelijkheid.

    Drie solo’s – drie generaties

    PREY bestaat net als een Noh-stuk ook uit drie delen. Elk deel is opgevat als een solo voor achtereenvolgens een actrice, zangeres en danseres. Drie generaties vrouwen nemen de scène in, om zo iets te vertellen over hoe ecologie ook gaat over doorgeven van generatie op generatie. De eerste solo focust op tekst en narratief en wordt gespeeld door Katelijne Damen, een actrice met een lange carrière waarin ze een precies en intrigerend stemgebruik ontwikkelde. In de tweede solo combineert een zangeres Anna Clare Hauf een lage operastem met een rauwer stemgebruik in een harde clash tussen harmonie en meer industriële vocals. Danseres en choreografe Mooni Van Tichel studeerde net af aan P.A.R.T.S. en zij zal de derde solo co-creëren en performen: een vertaling in dans van de fragiliteit en het geweld in Plumwoods werk.

    Kris Verdonck creëert de scenografie voor deze solo’s. Hij bouwt hiervoor verder op de lijn van indrukwekkende podiumomgevingen met machines, projecties en performatieve objecten, zoals hij die ook creëerde voor END, Conversations (at the end of the world) en Something (out of nothing). Voor PREY maakt Verdonck een multimediaal bomenlandschap opgebouwd uit doeken en projecties. In dit woud verdwijnen de performers in het niet. Doorheen de voorstelling transformeert dit landschap om steeds meer in te zoomen op de voet van één boom. Geleidelijk aan gaan de performers op in hun omgeving: van kleine mens in een grote omgeving, naar een verwevenheid met een groter geheel.

    Annelies Van Parys schrijft voor PREY een nieuwe compositie voor het gerenommeerde ICTUS Ensemble. Het driedelige model van Noh waarin drie maal een ander perspectief op hetzelfde thema aangenomen wordt, is gefundenes Fressen voor haar spectrale muziek. De klank kan drie maal op geheel verschillende wijze benaderd worden. Het wordt een spel met herkenbaarheid en vervreemding in relatie tot de Oosterse canon. Zo’n dialoog met een specifieke canon is kenmerkend voor het oeuvre van Van Parys, maar voor dit project wil ze zich echt onderdompelen in het genre. Ze componeert voor een bijzondere bezetting: elektrische gitaar (Tom Pauwels), dwarsfluit (Michael Schmidt), percussie (Gerrit Nulens) en altviool (Aurélie Entringer).

    Kris Verdonck en Kristof van Baarle zullen de tekst samenstellen, vertrekkende van Plumwoods oeuvre. Het is niet bedoeling om een biografie te schrijven, wel een theatrale vorm te vinden voor haar verhalen.

    Troost

    Met PREY zet Kris Verdonck zijn traject rond een wereld waarin de mens naar de achtergrond verdwijnt verder. Zoals het ecologie-debat in deze tijd aantoont, gaat dat niet zonder slag of stoot. Ontkenning of oplossingen die gebruik maken van nog meer technologie – dezelfde waardoor we nu in deze problemen zitten – beloven weinig goeds. Maar ook voor de groeiende groep mensen die wel iets wil veranderen, gaat het proces van herpositionering gepaard met existentiële vragen, afscheid en rouw. Op weg naar een hernieuwde aanknoping met onze sterfelijkheid, is troost een belangrijke behoefte. We will go onwards in a different mode of humanity, or not at all (Val Plumwood – The Eye of the Crocodile).  

Credits

Regie/Concept: Kris Verdonck
Compositie: Annelies Van Parys
Ictus line-up : Aurélie Entringer, altvioil; Gerrit Nulens, percussie; Tom Pauwels, electrische gitaar; Michael Schmid, fluiten
Performers: actrice: Katelijne Damen; zang: Anna Clare Hauf; dans: Mooni Van Tichel
Lichtontwerp: Luc Schaltin
Dramaturgie: Kristof van Baarle
Kostuum: Eefje Wijnings
Productie: A Two Dogs Company / Muziektheater Transparant
Coproductie: Klarafestival, Theater Rotterdam (for ACT: Art, Climate & Transition - Creative Europe project) en Perpodium
In samenwerking met: Théâtre Varia en Kaaitheater
Met de steun van: Tax Shelter stelsel van de Belgische Federale Overheid via Cronos Invest, Vlaamse Gemeenschap, Vlaamse Gemeenschapscommissie