EXTRACTIONS - tentoonstelling

EXTRACTIONS - tentoonstelling
DETAIL - Kris Verdonck ©Kristof Vrancken

Agenda

24.04.21 16.05.21
  • Info
  • Pers
  • EXTRACTIONS is een tentoonstelling die verschillende kunstenaars samenbrengt die werken rond de vernieling en vervreemding van landschappen. De ontginning van grondstoffen die noodzakelijk zijn om de consumptie van voeding en technologie in stand te houden, leidt over de hele wereld tot aangetaste, zwaar vervuilde omgevingen.

    Het zijn de ruïnes van dromen van vooruitgang, de puin- hopen van ongebreidelde consumptie. De impact van het ontginnen van een landschap reikt verder dan ‘de natuur’ alleen: het ontregelt samenlevingen, ontheemt de lokale bevolking, veroorzaakt oorlogen en (geo-) politieke spanningen. Sporen uit het verleden (koloniale geschiedenissen, uitvindingen, handelsrelaties) zullen zo nog tot ver in de toekomst hun gevolgen hebben. EXTRACTIONS focust in een selectie (video-) installaties, foto’s, sculpturen en performances op een aantal materialen en locaties die zich bevinden op het snijpunt van deze condities. 

    Het landschap als deel van een ecosysteem vormt het vertrekpunt voor verschillende werken in EXTRACTIONS. In de beelden die Léonard Pongo maakte van landschappen in de Democratische Republiek Congo, lopen de schepping en de apocalyps door elkaar. De mysterieuze schoonheid van deze foto’s, nodigt uit om onze relatie tot het land- schap te herdenken. Tussen aantrekken en afstoten, tussen verantwoordelijkheid en verwondering. De foto’s van Félix Luque Sánchez (Memory Lane),  3D- scans van land-schappen die natuur tot iets high-tech maken, proberen eveneens een sluimerende werkelijkheid zichtbaar te maken. Het zijn een soort technologische landschappen, die diepte geven aan wat normaal onder het oppervlak blijft. De 3D geprinte porseleinen sculpturen van Laura Colmenares Guerra zijn zelf een reeks artificiële landschappen.  Ze zijn een speculatieve manier om het Amazonebekken in kaart te brengen en combineren geografische gegevens met data uit social media. 

    De tentoonstelling EXTRACTIONS is zelf ook als een landschap. De installaties, foto’s en sculpturen vormen samen een vervreemdende omgeving. Vernielde, verlaten zones, vervuilende materialen, zeldzame metalen, objecten die een eigen leven lijken te lijden: het is een rampomgeving die het rechtstreekse resultaat is van lange-afstands-technologieën, smartphones, batterijen voor elektronische wagens, overmatige vleesconsumptie en tal van andere zaken die voor velen deel uitmaken van het dagelijkse leven en essentieel zijn voor een consumptiegerichte economie. 

    De installatie EQUIPOISE van Kris Verdonck, bestaat uit magneten, glas en steen, die elkaar in evenwicht houden in een zelfdragende, fragiele architectuur. Het zijn een soort sci-fi planten, deel van een artificieel landschap. Ook Verdoncks DETAIL lijkt een strijd met de zwaartekracht te voeren. Een 650 kg zware rots hangt op en draait rond, wanneer de zon schijnt tenminste, want de motor wordt aangedreven door een zonnepaneel op het dak. Opnieuw een fragiel evenwicht waarbij de materialen – steen, metaal, zonlicht – hun eigen verhaal vertellen en de controle lijken te ontglippen.  Het publiek, aarzelend, afstandelijk, met mondmaskers, hoort thuis in deze context. Dwalend tussen de rampen, zijn ze eveneens tegelijk oorzaak en gevolg. De toeschouwer is ook betrokken partij in Gorodets van Niko Hafkenscheid en Valentina Stepanova. In deze film-installatie dwaalt de camera als onbelichaamd oog doorheen verlaten spook- dorpen in Rusland. Het is aan de kijker om het lichaam achter de lens te worden, en actief om te gaan met deze beelden van de ruïnes van de moderniteit. 

    Wat voor mensen leven er tussen al deze ruïnes en rampen? Welke figuren worden gevormd daar de spanning tussen comfort en vernieling, tussen consumptie en waanzin? Welke strategieën, vervormingen moet de mens zich aanmeten om te overleven in een context die door zijn eigen toedoen, steeds onleefbaarder wordt? Geïsoleerde wezens, sensory deprivated, in overdrive, activeren dit tentoongestelde landschap, waar ze elk op hun manier, één mee zijn. 

    In de theatrale installatie K brengt Jeroen Van der Ven (in regie van Kris Verdonck) een aantal Kafka-teksten. De acteur is een figuur die tentoongesteld wordt als een object. Hij heeft zichzelf misschien wel veilig gesteld op een hoge zuil, maar zo lijkt hij geheel vervreemd van zijn omgeving. De figuur in K is zo de verwante antipode van de figuren in Verdoncks IN – mensen die helemaal ondergedompeld zijn, op sterk water staan en in leven gehouden worden door technologie. De figuren in het werk van Anna Franziska Jäger en Nathan Ooms presenteren eveneens een specifieke staat van zijn. Ze zijn helemaal vergeven van een continue en hypergemediatiseerde consumptiecultuur. Waar de sculpturen en foto’s in EXTRACTIONS eerder verwijzen naar de gevolgen van de ontginning van grondstoffen, focust Out of office zich op losgeslagen eindgebruikers. De personages in de performatieve installatie van Jäger en Ooms zijn sponsen die alle online content en taal die ons overspoelt in zich opnemen, een artificiële wezens die geen eigen taal meer hebben, het performatieve voorbeeld van het kunstwerk in tijden van reproductie. Ook de coronapandemie betekende een fundamentele verandering tussen mens en omgeving: lege straten, gesloten winkels, theaters en cinema’s en isolatie. Het was voor Annelies Van Parys, Gaea Schoeters, Lies Colman en Els Mondelaers de context waarin ze werkten aan hun versie van Paul Van Ostaijens Holle Haven, een gedicht uit diens Bezette Stad. Hoe beleven we een besmette stad, en banen we ons een weg tussen spanningen die ontstaan door maskers, afstandsregels en een onzichtbaar virus dat de samenleving ‘on hold’ zet? 

    De cyclus van oorzaak en gevolg van ecologische en socio-politieke effecten van de economische systemen, uitvindingen en de drang naar macht vormt een rode draad doorheen het werk van Kris Verdonck / A Two Dogs Company. Met EXTRACTIONS organiseert A Two Dogs Company voor het eerst een tentoonstelling dat dit werk in een bredere artistieke context plaatst.  Kristof Van Baarle

    PROGRAMMA
    24 april - 16 mei 2021
    Laura Colmenares Guerra
    Niko Hafkenscheid & Valentina Stepanova
    Felix Luque Sánchez
    Léonard Pongo
    Kris Verdonck
    Jeroen Van der Ven
    Anna Franziska Jäger & Nathan Ooms
    Annelies Van Parys - Gaea Schoeters - Lies Colman - Els Mondelaers

    A Two Dogs Company 
    Adolphe Lavalléestraat 41
    1080 Molenbeek (BE)

    RÍOS
    Laura Colmenares Guerra - RÍOS
    Gorodets
    Niko Hafkenscheid and Valentina Stepanova - Gorodets
    Junkyard
    Felix Luque Sanchez - Memory Lane
    Léonard Pongo
    Léonard Pongo
    Anna Franziska Jäger & Nathan Ooms
    Anna Franziska Jäger & Nathan Ooms
    Holle Haven
    Holle Haven - recordings Concertgebouw Brugge ©Trui Hanoulle
    IN
    A Two Dogs Company
    Vlaanderen verbeelding werkt
  • The world as we don't know it
    Pieter T'Jonck in HART Magazine
    (mei 2021)

    Hebt u dat ook: dat overrompelend gevoel van kwaadheid, ontreddering en verdriet tegelijk als maar weer eens een mooi bos of landschap moet wijken voor spuuglelijke verkavelingen. Beeld je dan eens in wat het betekent als hele cultuurlandschappen overhoop gehaald worden om pakweg steenkool te delven. Landen als India of Bolivia weten er alles van. Er bestaat zelfs een woord voor: solastalgie. Glenn Albrecht bedacht het in 2006 om de emotionele en existentiële ontreddering te beschrijven die het gevolg is van de vernieling van het natuurlijke milieu.

    De tentoonstelling Extractions gaat daarover. Kris Verdonck bracht in zijn atelier in de Alphonse Lavalléestraat in Molenbeek, op een steenworp van KANAL, werken samen van kunstenaars die aandacht vragen voor het geweld dat we de Aarde aandoen in naam van vooruitgang, of domweg van consumptie en welbevinden. Tijdens het weekend kan je er ook een performance meemaken.

    Blikvangers in deze tentoonstelling zijn de werken van Félix Luque Sánchez en Léonard Pongo. Wat ze verbindt is een bijzondere verhouding tot het aloude motief van het landschap. Het gaat er dan niet om dat ze allebei eerder technische middelen zoals fotografie en datascanning inzetten dan borstel en doek – al is dat niet zonder belang. Het gaat er vooral om dat ze het landschapsmotief een andere betekenis geven.
    Het klassieke landschap plaatst ons tegenover een verte die verschijnt als een ‘beeld’ van ‘De Wereld’. Het suggereert een ‘grotere samenhang’, een horizon die de beslommeringen van elke dag overstijgt maar ook – letterlijk – in perspectief plaatst en betekenis geeft. Kijk je daarentegen naar de beelden van Léonard Pongo van landschappen in Congo, dan weet je – werkelijk – niet wat je ziet.

    Wat ik begreep, uit een gesprek met de kunstenaar, was dat hij een landschap in Congo fotografeerde vanaf de rand van een vulkaan. Dat zag ik daarna ook: onregelmatige, grillige steenkorsten, zonder begroeiing, zover het oog reikt. Dat is niet tot de horizon. Er is, anders dan bij het klassieke landschap, geen horizon in deze foto’s. Daardoor verdwaalt je oog in kleuren en lijnen die geen begin en einde hebben, maar zich toch eindeloos ver uitstrekken.

    Tegelijk – en dat is wel een gelijkenis met het klassieke landschap – liggen die steenvlaktes ver buiten handbereik. Ze zouden vanuit een vliegtuig getrokken kunnen zijn. Niets van dus. Ze zijn gewoon vanaf de rand van een vulkaan getrokken. Toch blijft er die indruk van iets wat in de verte ligt, onaanraakbaar is.
    Door die bijzondere beeldformule sorteren deze foto’s een heel ander effect dan het klassieke landschap: ze tonen ‘de wereld’ niet als een samenhangend geheel, maar als een onoverzichtelijk, schuivend, kolkend oppervlak. Zo groot dat het onbevattelijk en dus betekenisloos wordt. Bij gebrek aan horizon en perspectief wordt dat wereldbeeld zelfs bedreigend. maar daarom nog niet subliem in de zin die Edmund Burke aan dat begrip gaf. Dit is niet langer ‘onze’ wereld. De reproductie op een ondergrond van aluminiumplaten versterkt dat unheimliche: de glans ervan doet de diepte van het beeld oplossen in een wemeling van vlekken die over elkaar heen schuiven.

    Ook in de vier beelden uit de reeks Memory Lane (2015-2019) van Felix Luque Sánchez ontbreekt de horizon, maar om een andere reden: het blikveld zit te dicht op een verwilderde natuur van takken en struiken. Het zijn zwart-witbeelden die vanop zekere afstand de indruk geven van nachtfoto’s: een schijnwerper laat het midden van het beeld fel oplichten, daarachter heerst duisternis. Deze natuur is een dreigend sprookjesbos, geen gedomesticeerde natuur, geen hortus. Van dichtbij merk je echter dat de indruk van een fel licht in een donkere nacht ontstaat door de manipulatie van fotografische beelden: het lijken röntgenfoto’s die in witte stippen en rasters de indruk van een bos oproepen, maar steeds onherkenbaarder worden naarmate je dichter bij het beeld komt. Natuur die onnatuurlijk werd. Niet langer ‘onze’ Natuur, maar een monster, al lijkt het van ver nog op de bekende wereld.

    De paniek van het precaire evenwicht

    Op het eerste gezicht heeft het werk dat Kris Verdonck hier zelf presenteert daar weinig mee te maken. Equipoise, in zijn grote en kleine uitvoering, is een constructie van stervormig in de lucht zwevende dunne glasplaten. Je begrijpt niet meteen hoe ze blijven zweven. Het moet iets te maken hebben met de magneten die in het midden van de ster als afstandshouders fungeren, maar de platen door hun onderlinge aantrekkingskracht ook inklemmen. Aan de buitenrand van de platen zuigen echter ook twee magneten zich aan elke zijde van de glasplaat vast. Dat betekent dat ze de magneten op de nabije platen afstoten. Die buitenmagneten houden de vrij zwevende glasplaten dus recht. Het kan niet anders. Dit is een krachtenspel in perfect evenwicht. Een volmaakte figuur.

    Daardoor besef je echter ook dat het zou volstaan om slechts één magneet weg te halen om de hele constructie in één klap te laten instorten. De rust en helderheid van het beeld veroorzaakt zo tegelijk een vorm van suspens: het is wachten op het moment dat het fout gaat. Een gelijkaardige suspense ontstaat bij het beeld Detail: een reusachtig blok onbewerkt marmer, opgehangen aan een zware stang. Het blok draait soms langzaam, soms sneller rond. Dat komt, zo legt een pancarte uit, doordat de stang aangesloten is op een motor die door fotovoltaïsche panelen van stroom voorzien wordt. Hoe meer zon, hoe sneller de motor draait. Heel duidelijk. Maar wat je bezighoudt is een heel andere vraag: wanneer stort dat blok steen naar beneden? Wat als de stang doldraait door teveel zonlicht?

    Beide werken evoceren zo impliciet een weerkerend thema in het werk van Verdonck: de imminente, net op tijd vermeden crisis als de mentale basismodus van onze samenleving. Dat blijkt ook uit IN, een installatie die Verdonck meer dan 20 jaar geleden als student aan het HISK bedacht en nu weer bovenhaalt. In een meer dan manshoge kuip in plexiglas, gevuld met water, wordt een performer in het klassieke zwarte kostuum met witte schort van een ober of dienster neergelaten. Eindeloos lang staart die in dat water star voor zich uit. Ook al zie je dat het personage beademd wordt met een luchtslang, het blijft een bevreemdend zicht: een slapstick personage dat als enige niet doorheeft dat er iets vreselijk fout loopt.

    Over dat soort werken zei Verdonck in een interview in De Tijd in 2004 ooit: ‘Levende lichamen staan centraal in mijn werk, maar ze ontwikkelen zich niet in interactie met anderen. Ze worden op afstand, machinaal gestuurd, tot ze zelf iets objectmatig krijgen. Het lijken buitenissige situaties, maar die overdrijving helpt om een ervaring te omschrijven die onze leefwereld steeds sterker domineert. We leven in een steeds intensere symbiose met machines zoals computers. Ze palmen je volledig in, maar mensen verliezen er zichzelf ook graag in. (…) Of we daar gelukkiger door worden is een andere kwestie. De gevolgen zijn in elk geval hoogst merkwaardig. We worden steeds minder rechtstreeks met ‘echte’ dingen geconfronteerd. Wellicht herinner je je niet meer wanneer je voor het laatst pijn voelde. Maar ongetwijfeld ligt het laatste moment waarop je behoorlijk gestresseerd was je nog vers in het geheugen. Dat verraadt een voortdurend, maar latent aanwezig paniekgevoel. Het drijft mensen tot de vreemdste, meest zinloze daden. Paniek is in onze wereld van complexe onderlinge afhankelijkheid zelfs een allesoverheersend gevoel geworden. (…). Ons hele systeem staat zo op scherp dat de minste aanleiding volstaat om de zaak overstuur te laten gaan. Dat is verschrikkelijk, maar het fascineert mij ook. Het is van een wrede schoonheid. Paniek vormt dus de rode draad in een stuk als dit’.

    Die paniek heeft sinds 2004, na een financiële meltdown, een coronacrisis en de systeemcrisis van de klimaatopwarming een bijzonder concrete gedaante gekregen. We weten zo ongeveer met zekerheid dat we op de afgrond afstevenen. Als bekend kan je paniek op drie manieren tegengaan: fight, flight or freeze. De dominante houding is nog steeds freeze. Een virus, daar halen we alles voor uit de kast, maar het aantal doden door fijn stof (per jaar vergelijkbaar met het dodental door corona), daar doen we weinig aan, zeker niets dat lijkt op een lockdown. Idem voor de klimaatopwarming. De reden ligt voor de hand: de oorzaken zijn diffuser en minder zichtbaar dan bij een virusinfectie, de remedies daarentegen nog ingrijpender. Slecht zijn voor de economie… (sic).

    Melancholie en treurnis

    Op die manier is het verband tussen de werken van Pongo en Luque Sanchez en de installaties van Verdonck evident. Verdonck toont het moment vlak voor de catastrofe, Pongo en Luque Sanchez tonen het moment vlak erna, als de schellen ons van de ogen gevallen zijn, als ‘de wereld’ plots geen plaats van contemplatie meer is, geen ontvankelijke Aarde, maar een onkenbare en dus schrikbarende, letterlijk uitzichtloze toestand. De Aarde als wraakgodin.

    Wat ons rest is afscheid nemen van de Oude Wereld. Dat zie je in de modellen en beelden die Laura Colmenares Guerra maakt van het Amazonegebied. Maar schrijnender is de bijna onooglijke installatie van Niko Hafkenscheid en Valentina Stepanova. Een klein rouwschrijn, dat bestaat uit een kleine houten doos vol zand waarop beelden van eeuwenoude Russische dorpen geprojecteerd worden. Met een penseel kan je roeren in het zand. Je ontdekt dan her en der onder het zand opschriften. Hafkenscheid en Stepanova documenteren zo het sluipende verval van eeuwenoude Russische nederzettingen. De bewoners trekken weg naar de grote steden of sterven uit, omdat het huidige bestel dit soort bestaan onmogelijk maakte. Wat zegt dit, niet alleen over Rusland maar pakweg ook over de teloorgang van ons ‘platteland’?

    Is er dan geen uitweg uit de hel, of hebben we ons dat alleen maar laten wijsmaken? Met dat soort prangende vragen verlaat je deze kleine, maar bijzondere tentoonstelling.

Credits

Met fotografie, sculpturen en (video)installaties werk van:

Laura Colmenares Guerra
Niko Hafkenscheid and Valentina Stepanova
Felix Luque Sánchez
Léonard Pongo
Kris Verdonck
Anna Franziska Jäger & Nathan Ooms
Jeroen Van der Ven
Annelies Van Parys - Gaea Schoeters - Lies Colman - Els Mondelaers

Met de steun van:
De Vlaamse Overheid, Culturele Activiteitenpremie