IN VOID

There is a place around the corner, where your dead friends live.” 
(uit Dead Friends, Blixa Bargeld)

IN VOID is een retrospectieve waarin nieuwe en bestaande installaties met elkaar in dialoog treden. In een theatrale setting komen deze werken tot leven: autonoom functionerend bevolken ze het theater in een reflectie over het einde van de mensheid. In die zin fungeren de installaties van IN VOID als Brechtiaanse spoken uit de toekomst: ze belichamen de kiem van toekomstige catastrofes waarvan de sporen zich nu reeds aftekenen. Sommige werken refereren expliciet naar de vervuiling van de planeet, oorlog en het hyperkapitalisme. Anderen opereren autonoom en exploreren de overbodigheid van mens. 

Als geheel is IN VOID een unheimlich experiment: kunnen we een voorstelling maken zonder menselijke aanwezigheid? Op welke manier kunnen we binnen het theater, als dé plek van menselijke présence, nadenken over menselijke afwezigheid? Hoe ziet een wereld zonder menselijke aanwezigheid eruit?

IN VOID bestaat uit: DANCER #2, DANCER #3, MONSTER, MOUSE, PELLET, BOGUS II, BRASS, DRONE.


"Perhaps the objects around us derive their immobility only from our certainty that they are what they are and not anything else; they gain their immobility from the inflexibility of the thinking with which we respond to them."
(Robert Musil)

In het werk van Kris Verdonck zijn objecten en machines even performatief als menselijke dansers en acteurs. In IN VOID gaat deze gelijkstelling van mens en object zo ver, dat de mens uit de vergelijking verdwijnt. Objecten, machines en projecties bevolken het theater in een reflectie over het einde van de mens. Een kritische blik op de verhouding tussen mens en technologie is een constante in het oeuvre van Verdonck. IN VOID is niet zijn eerste project zonder menselijke performers. Installaties en installatiecircuits zoals DANCER #1-3 en ACTOR #1 verkennen de performativiteit van objecten en de mogelijkheid van een theater zonder levende acteurs. 

Met IN VOID gaat hij nog verder: de machines zelf krijgen de hoofdrol. Door de menselijke drang naar groei, vooruitgang, kennis en controle en de uitvindingen en technologieën die deze met zich meebrengt, heeft hij zichzelf overbodig gemaakt. Op het moment dat we de vaststelling van het Antropoceen vieren en onze nalatenschap zich diep in de aardbodem genesteld heeft, lijken de pistes naar een plots einde van de menselijke soort veelvuldig en realistisch. Heiner Müller zei in een interview met Alexander Kluge: “Maar dat wat die plaats bezet houdt, kan voortdurend veranderen. Dat hoeft geen menselijk wezen te zijn, het kan ook een computer zijn of een plantaardige substantie, om ’t even wat.”
 
Volgens sommige filosofen (Kojève, Agamben, Fukuyama, Baudrillard, …) bevinden we ons nu al in een soort nageschiedenis van verzadiging, stilstand, gelatenheid en langzaam uitdoven. Deze posthistorische conditie heeft geleid tot twee verwante gevoelens. Enerzijds een diepe machteloosheid: een ervaring van het onvermogen om iets aan de loop (of stilstand) van de geschiedenis te veranderen. Die machteloosheid grenst aan een tweede sensatie: een fatalisme dat haast verlangt naar een Apocalyps. Dit eindtijdelijke gevoel is kenmerkend is voor een periode waarin het tijdsgewricht kraakt en lijkt te barsten op weg naar een volgende fase. Benjamins Engel van de geschiedenis kan eveneens slechts toekijken hoe het puin zich opstapelt, terwijl het einde hem aanzuigt. Voorbij de mens denken – die quasi onmogelijke en gezien de omstandigheden toch zo realistische gedachteoefening – is een moeilijke en haast tegennatuurlijke bezigheid. Eén beeld is alvast tekenend voor de leegte die overblijft na de vernieling: een robot die na de kernramp in Fukushima uitgezonden werd naar het onherbergzame gebied om er te gaan bidden voor de slachtoffers. 

Het theater als plek van menselijke présence en charisma is misschien wel de geknipte plek om over menselijke afwezigheid na te denken. Het enige wat overblijft in IN VOID zijn machines, objecten, projecties, klank, licht en – niet onbelangrijk – het gebouw. De ‘dingen’ bewonen het theatergebouw en performen autonoom. Hier spelen de machines en objecten de hoofdrol, voor de mensen is er een bijrol overgelaten, die van de bezoeker. Toch zou de vergelijking met een museum niet correct zijn, het gaat wel degelijk om “theater”. 

IN VOID bestaat uit een aantal bestaande installaties en nieuwe installaties, waarvoor een heel aantal theater- en multimediatechnieken en robotica uit vorig werk verder gebruikt worden, en indien nodig verder ontwikkeld werden om permanent, een hele ‘werkdag’, te performen. Samen vormen de verschillende installaties een theatrale omgeving waaruit de performer verdwenen is, een spookhuis waarin de objecten tot leven komen.

Spoken en performende objecten

Objecten zijn in onze Westerse samenleving steeds meer bezield. We houden nog steeds vast aan de opdeling tussen levende mensen en dode objecten, terwijl de hybride figuren in onze broekzak en schoudertas zitten. Levende objecten worden daarom vaak als unheimlich ervaren. De Japanse robotica professor Masahiro Mori bedacht in 1970 de Uncanny Valley om de empathie voor objecten in relatie te brengen tot hun gelijkenis met de mens: hoe meer ze op de mens lijken hoe meer empathie we ervoor ervaren. Er is echter een kritisch punt, waarop we in de Uncanny Valley ‘vallen’: het vertrouwde dode ding wordt té echt of ‘levend’ en hierdoor wordt het letterlijk unheimlich (thuisloos). Het is niet meer te plaatsen in de bestaande categorieën en bevindt zich in de grijze zone van de levende dingen. 
Historisch leidden nieuwe technologieën steevast tot angst en verwondering, zoals het bijgeloof rond spoken en de eerste telefoons – ‘de stem in de telefoonlijn’. Ook nieuwe technologieën creëren vaak een nieuw soort aanwezigheid van objecten, denk maar aan de vreemde gewaarwording dat Facebook en Amazon je wel heel goed kennen door reclame die ze aanbieden. In het theater hebben spoken op scène een materiële oorsprong in de traditie van la servante, of de ghost light. Één lamp op een staander, in het midden van scène die de ganse nacht blijft branden, om ervoor te zorgen dat nachtelijke werkers hun weg vinden in de theaterzaal of op de scène. Op deze manier hebben of krijgen alle theaters hun eigen spook. IN VOID kan in dezelfde zin beschouwd worden: wanneer de laatste mens de scène verlaten heeft, blijven de dingen en een spookachtige aanwezigheid als enige restanten over. 

De ‘spookachtige’ theatrale installaties in IN VOID zouden als variaties op afwezigheid omschreven kunnen worden. Sommige werken refereren expliciet naar menselijke oorzaken zoals vervuiling, oorlog, hyperkapitalisme. Andere zijn dan weer meer autonoom en zijn op die manier een reflectie van de mogelijkheid en haalbaarheid van overbodige mens. Eigenschappen of vaardigheden die we graag typisch menselijk noemen – aanwezigheid, dansen, muziek – blijken lang niet zo exclusief het terrein van de mens te zijn en ook zonder ons doen de machines verder. De natuur, waartoe ook de mens behoort en waarin hij sinds kort de grootste sturende kracht is, sterft of wordt technisch gereproduceerd. De verschillende installaties zijn wat Brecht ‘spoken uit de toekomst’ noemde: de kiemen van wat later catastrofale gevolgen zal hebben en waarvan zich nu al duidelijke sporen aftekenen. Het ensemble aan theatrale installaties vertelt geen verhaal van een poëtisch en geleidelijk verval, maar vormt één van ruwe, agressieve verwoesting. De verschillende werken getuigen van geweld dat in onze samenleving huist in de oorlog, economische uitbuiting, snelheid, overprikkeling en ecologische rampen. 
Concept & regie: Kris Verdonck
Dramaturgie: Kristof Van Baarle, Marianne Van Kerkhoven
Technische coördinatie: Jan Van Gijsel, Colin Legras
Technisch ontwerp: An Breugelmans, Eefje Wijnings, Hans Van Wambeke
Techniek: Steven Blum, Sylvain Spinoit, Raphaël Rubbens, Marc Depauw  
Constructie: Vincent Malstaf, Herman Venderickx, Marc Depauw, Sylvain Spinoit, Atelier 26, Steven Blum, Damien Gernay
Klank: Elise Boënnec
Muzikant (Tuba): Stijn Aertgeerts
Camera en editing: Vincent Pinckaers
Image processing: Massimiliano Simbula
Software & Electronics: Felix Luque, Julien Maire
Geluidsontwerp: Thomas Turine
Lichtontwerp: Jan van Gijsel, Luc Schaltin, Kris Verdonck
Productie: A Two Dogs Company,  Margarita production voor stilllab vzw
Coproductie: Kaaitheater (BE), Festival de Keuze (NL), Theater der Welt 2010 (DE), Transdigital (Interreg), Kunstencentrum Vooruit (BE), Productiehuis Rotterdam / Rotterdamse Schouwburg (NL), KunstenFestivaldesArts (BE), Buda Kunstencentrum (BE), Le Grand Théâtre de Luxembourg (LU), NXTSTP (met de steun van de Europese Gemeenschap), Le manège.mons/CECN (BE), Transdigital/TechnocITé (BE), MAC Créteil (FR), Le Manège - Maubeuge (FR), Lille3000 (FR), Festival La Bâtie (CH)
In samenwerking met: Schauspiel Essen (DE), Le manège.mons (BE) en Technocité (BE) in het kader van Transdigital
Dancer #3 geïnitieerd door: la chartreuse (FR) in het onderzoek naar robots en theater
Wetenschappelijk onderzoek: Jean-Jacques Cassiman, Dirk De Ridder, Philippe Fraisse, Jean Paul Van Bendegem, Dirk Van Hulle
Met dank aan: Atelier 26, Acapella digital voice, Arne Vanneste, LIRMM (FR), Luc Steels, I-Movix, Decap
Promotievideo: Beeldstorm
Met de steun van: de Vlaamse Overheid, Vlaamse Gemeenschapscommissie
Het interview van Els Van Steenberghe (Knack) met Kris Verdonck leest u hier.


Agressie en schoonheid, het is de grote paradox die IN VOID doorkruist. (…)  Elke hoop op harmonie tussen mens en machine is in IN VOID de kop ingedrukt: hoe aanweziger de objecten, hoe doorzichtiger de mens. Hoe groter hun bewegingsvrijheid, hoe immobieler je wordt. (…)Die [de mens] heeft namelijk zijn honger naar controle en macht via de technologie zo sterk uit de hand laten lopen, dat hij zijn eigen ondergang en die van de wereld heeft ingezet. Dat doembeeld vormt de kern van IN VOID, waarvoor Verdonck de Kaaistudio’s omvormde tot een spookhuis van de toekomst, alleen bevolkt door bevreemdende objecten die autonoom bewegen, zonder een technicus die achter de schermen aan de touwtjes trekt.

Charlotte De Somviele in De Standaard 


De volledig autonoom opererende kunstwerken in het parcours dat Verdonck uitwerkte in de studio’s van het Kaaitheater in Brussel, creëren een bijzondere intensiteit. In elke hoek – ook daar waar niets te zien is – neem je de sfeer waar dankzij de geluiden die doorklinken in het gebouw. Ze gaan zelfs met elkaar aan de haal. Zo kan het zijn dat de giechelende speelgoedhondjes van MONSTER plots reageren op het versterkte geluid van een dichtklappende muizenval, terwijl er tussen de twee installaties toch twee of drie verdiepingen zijn. Uiteindelijk leunt IN VOID toch op de kracht van elk individueel ‘performatief’ kunstwerk. Zo gaat van de drie hangende sousafoons een rustige treurigheid uit en vat een nieuw object van Verdonck, een soort bloemachtige vulva die zichzelf uit- en weer oprolt, het ritme van een eeuwigdurend leven mooi samen.

De Theaterkrant


ln onze westerse samenleving stellen we nog altijd levende wezens, en in het bijzonder de levende mens tegenover dode objecten. Bewegende, en dus levende objecten worden vaak als onheilspellend ervaren. (…) De mens was de schepper van die dingen, de creator van de techniek. Hij manipuleerde ze, hield ze in de hand. Nu zijn de dingen zelf de levende wezens die de wereld in handen hebben, die de nieuwe wereld zonder mensen, de ontstane leegte, manipuleren.

Tuur Devens in de Wereld van het Poppenspel
  • 2017
  • 2016
11 > 14/02
BE Brussels Kaaistudio's
15 > 17/03
NL Rotterdam Festival de Keuze
28/04 > 06/05
AT Krems Donaufestival
  • - © Jon Ellwood
  • DANCER #3 - © Anna Scholiers
  • MONSTER - © Hendrik De Smedt
  • MOUSE - © A Two Dogs Company
  • MOUSE - © Hendrik De Smedt
  • PELLET - © Kristof Vrancken / Z33
  • BOGUS II - © Hendrik De Smedt
  • DANCER #3 - © Jasmijn Krol
  • DANCER #2 - © Hendrik De Smedt
  • DANCER #2 - © Hendrik De Smedt
  • BRASS - © Jasmijn Krol
NEWSLETTER

*

*

*

captcha

*Verplicht